Een recent rapport van de denktank International Institute for Strategic Studies (IISS) onthult een verontrustend patroon in 144 dronewaarnemingen boven Europa tussen augustus 2024 en februari 2026. Het IISS concludeert dat het "zeer waarschijnlijk" is dat Rusland verantwoordelijk is voor deze grootschalige spionage- en verkenningscampagne, die gericht is op kritieke infrastructuur en militaire faciliteiten.
De waarnemingen veroorzaakten aanzienlijke verstoringen en bezorgdheid in verschillende Europese landen. De Deense premier Mette Frederiksen sprak van de "ernstigste aanval op de Deense kritieke infrastructuur" nadat de luchthaven van Kopenhagen op 22 september bijna vier uur gesloten moest worden na een dronewaarneming, wat leidde tot de verstoring van meer dan 190 vluchten. Het Deense leger zette zelfs een mobiele radarinstallatie in. Ook de luchtmachtbasis van Aalborg, waar Deense speciale eenheden zijn gestationeerd, moest tweemaal het vliegverkeer opschorten. Begin 2025 werden tot twintig drones gesignaleerd boven de haven van Køge, die eerder werd gebruikt voor de ontscheping van NAVO-troepen.
Niet alleen Denemarken, maar ook België, Nederland, Frankrijk en Duitsland werden getroffen door dronewaarnemingen boven strategische locaties zoals luchthavens, energiecentrales en militaire bases. In België werden drones gesignaleerd boven Brussels Airport en de luchtmachtbasis van Kleine Brogel, waarover het federaal parket nog steeds onderzoek voert.
Volgens het IISS gebruikte Moskou waarschijnlijk zijn zogenaamde schaduwvloot om drones te lanceren en terug te halen. Deze conclusie is gebaseerd op een analyse van het scheepvaartverkeer in de omgeving van de incidenten. Zo werd bij de Deense incidenten in het najaar van 2025 de Arctica, een aan Rusland gelieerd schip, in de buurt gesignaleerd, en voer het schip in januari bij de drones boven Køge door Deense wateren. Een ander aan Rusland gelieerd schip, de Hav Dolphin, bevond zich eind 2024 in de buurt van Amerikaanse luchtmachtbasissen boven het Verenigd Koninkrijk, waar voorbereidingen liepen om kernwapens onder te brengen. Dit schip werd eerder al onderzocht door Duitse en Nederlandse autoriteiten na dronewaarnemingen boven een Duitse marinebasis voor onderzeeërs en later bij een incident boven een Franse marinebasis voor nucleaire onderzeeërs. Hoewel directe links tussen specifieke schepen en dronewaarnemingen niet konden worden gelegd, stelt het IISS dat het totale patroon niet verklaard kan worden door verkeerde identificatie of hobbyactiviteiten.
Het IISS wijst erop dat Rusland de capaciteit bezit om drones vanaf schepen te lanceren, verwijzend naar een incident eerder dit jaar waarbij een Russische drone, opgestegen vanaf het spionageschip Zhigulevsk, het Franse vliegdekschip Charles de Gaulle benaderde tijdens een NAVO-oefening, waarna het toestel door het Zweedse leger werd neergehaald.
De analyse toont aan dat 48 procent van de waarnemingen plaatsvond boven militaire faciliteiten, 18 procent boven civiele luchthavens en 26 procent boven kritieke infrastructuur, vaak 's nachts of in de vroege ochtenduren. Het primaire doel van deze campagne is vermoedelijk het in de gaten houden van nucleaire sites en infrastructuur voor tweeërlei gebruik, zoals locaties waar Amerikaanse B61-12-zwaartekrachtbommen zijn opgeslagen, waaronder Kleine Brogel in België. Opvallend is ook dat drones werden gesignaleerd boven militaire faciliteiten die betrokken zijn bij de training van Oekraïense militairen voor Patriot-luchtverdedigingssystemen en F-16-gevechtsvliegtuigen. De denktank suggereert dat het Kremlin met deze campagne een tekort in zijn inlichtingencapaciteit probeert op te vangen, veroorzaakt door de uitzetting van Russische inlichtingenofficieren uit Europa sinds de start van de oorlog in Oekraïne. Het IISS spreekt van "tactische successen" voor het Kremlin en een "strategische mislukking" van de geallieerde luchtverdediging, aangezien het merendeel van de drones niet werd neergehaald.
Bron: IISS